De Caumermolen is gelegen aan een, tegenwoordig dichtgeslibde, aftakking van de Caumerbeek en was vroeger als graanmolen in gebruik. De Caumermolen wordt al in 1371 als banmolen vermeld, wat wil zeggen, dat de inwoners van de Vrijheid (het centrum van Heerlen) verplicht waren hun graan in deze molen te laten malen.

Het huidige gebouw is opgetrokken uit baksteen met een open binnenlaats aan de straatzijde. De jaarankers geven aan, dat in 1787 de molen ver- of herbouwd is. De middenvleugel heeft aan de waterkant een oude achtergevel van vakwerk. De molenvijver is dichtgeslibt. Aan de achterkant bevindt zich, boven de waterlijn, een uitbouw van latere datum met een lessenaardak voor het nu verdwenen molenwerk.

Door de eeuwen heen kwamen er in Heerlen steeds meer molens bij, waardoor de inkomsten van de molenaar terugliepen. In 1753 klaagde de molenaar bij de Staten-Generaal in Den Haag, omdat nog maar 16 huizen bij hem hun graan lieten malen.

In de tijd van de bokkenrijders, in de nacht van 7 op 8 december 1772, werd in de molen ingebroken. Door de sporen in de sneeuw konden de dieven al de volgende dag worden ingerekend.

In de Franse tijd, 1794-1815, was in de molen een huiskapel voor de gravin van Ansfeldt en haar zes uit Frankrijk gevluchte priesters ingericht.

In 1953 verhuisde de laatste molenaar wegens de aanhoudend lage waterstand met zijn gezin naar Luxemburg en werd de molen aan de gemeente Heerlen verkocht. Tegenwoordig is zij particulier eigendom.